Van de Redactie

Moeders en Vaders

op .

Moeders en Vaders

Afgelopen week reed ik met de auto naar mijn werk.

Het was school-gaan-tijd, wanneer kinderen met of zonder ouders, lopend, met de fiets of met de auto, op pad gaan. Een tijd om extra op te letten in het verkeer.

Ik reed dan ook heel rustig en zag al van verre dat een kleine rode auto op een zijweg reed die uitkwam op ‘mijn’ hoofdweg. Omdat er allerlei auto’s langs de weg geparkeerd stonden, die de rode auto het zicht ontnamen, voelde ik intuïtief dat dit wel eens fout zou kunnen gaan.

En ja hoor, het rode autootje kwam met de neus bijna tegen de mijne aan, ondanks het feit dat ik niet harder ging dan 10 km/uur. Ze had gedacht dat de weg vrij was, waarschijnlijk omdat mijn auto vrij laag is en ze mij over het hoofd had gezien, en veroorzaakte zo bijna een botsing.

Met kind aan boord, die ook nog eens voorin zat.

Nog geen twee minuten later, op de Mr. H.F. de Boerlaan in Deventer, schoot er opnieuw een kleine auto vanuit een parallelweg voor me de weg op. Omdat er hier prima zicht is voor invoegend verkeer, reed ik ditmaal gewoon 50. Ik moest dan ook keihard remmen om opnieuw een botsing te voorkomen.

In de auto een jonge vrouw, met kind achterin dit keer, maar druk bezig met haar telefoon terwijl ze achter het stuur zat.

Die middag reed ik terug naar huis vanaf mijn werk en ging ik via de rotonde aan de Kazernestraat, net voorbij de Boreel. Die rotonde probeer ik te vermijden, omdat het fietsverkeer daar altijd voor oponthoud en gevaarlijke situaties zorgt. Het zou voor alle weggebruikers heel fijn zijn als de gemeente daar een tunnelconstructie maakte zodat fietsers en voetgangers onder de rotonde door konden. Dat zou een heleboel overlast en gevaar voorkomen.

Natuurlijk verrek ik altijd mijn nek om goed te kunnen zien of er fietsers aankomen. Zeker met de huidige trend in E-bikes, moet je als chauffeur enorm goed kijken of er niet iets aan komt racen. Richting aangeven is ook niet vanzelfsprekend, dus je moet er van uit gaan dat de fietser altijd voorrang heeft en nooit voorspelbaar is.

En voordat ik het wist, had ik verdorie toch bijna een jonge vrouw op de fiets tegen mijn auto, die gewoon lekker van links kwam – tegen de draad en tegen de regels in – en haar voorrang ‘nam’ op de rotonde.

Met kind achterop de fiets.

Kennelijk wist zij niet dat je als voetganger wel, maar als fietser geen voorrang hebt, als je tegen het verkeer in over een rotonde wil.

Boos, omdat ik haar zo had kunnen scheppen door haar ondoordachte actie, toeterde ik haar na. Ze wapperde vrolijk met haar hand alsof ik een bekende was en reed even hard door.

Drie jonge moeders op een dag, die allemaal niet enkel zichzelf maar ook hun kind in gevaar brachten. Allemaal om verschillende redenen, maar allemaal, in mijn totaal onbescheiden mening, even slecht bezig.

Mijn gedachten gingen toen meteen terug naar twee andere incidenten die ik heb meegemaakt. De eerste was een geparkeerde auto naast de Boreel, met vader die bezig was boodschappen in de kofferbak te stoppen, terwijl zijn kind van nog geen twee jaar oud lekker de weg opwandelde toen ik aan kwam rijden. Het was aan mij om te stoppen en het kind aan de vader te overhandigen. Een bedankje kon er niet van af.

De tweede was ergens op de Worp: een volledig geopend raam op de eerste verdieping van een woning, met daarachter een kind van twee of drie jaar oud. Zonder enig toezicht van de moeder, die nergens te zien was.

Ik heb me er niet mee bemoeid, want ik had er een beetje genoeg van, al die zorgen voor andermans kinderen.

Stof tot nadenken: waarom doet de helft van de wereld gewoon lekker waar ze zin in hebben, terwijl de ander helft daar verantwoordelijkheid voor moet nemen?

Positieve eindnoot: er zijn gelukkig ook consciëntieuze ouders. Ik ken er genoeg.