Van de Redactie

Verkeersregels

op .

Iedere keer dat ik vanuit een van de omliggende landen weer in Nederland rijd met de auto, merk ik hoe beleefd onze buren toch zijn.

Op de Nederlandse wegen is het meteen weer kleven, opjutten, geen richting aangeven, geen voorrang geven… noem zo maar op.

Wat ook helpt in het buitenland, is dat je niet continu rekening hoeft te houden met fietsers die voorrang hebben. Fijn dat in Nederland een fietser zich lekker kan uitleven, maar voorrang geven is anders dan voorrang nemen, en er zijn nogal wat fietsers die dat laatste met gemak iedere dag opnieuw doen en daarbij vooral ook geen richting aangeven op rotondes. In het buitenland is de automobilist nog de baas op de weg. Daarentegen zijn het in bijvoorbeeld Frankrijk wel de automobilisten die netjes richting aangeven als ze een fietser willen passeren, en meestal in een hele grote boog om diezelfde fietser heen rijden. Er zijn ook borden die vragen om begrip voor alle weggebruikers, of dat nu voetgangers, fietsers of automobilisten zijn. Dat soort borden mis ik in Nederland.

 

Natuurlijk zijn ze niet perfect, die buitenlanders. Als je, net zoals ik, een tijd in een buitenland hebt gewoond en gewerkt, merk je dat ieder volk zijn voordeel, maar toch zeker ook zijn nadeel heeft als het om omgangsvormen, normen en waarden gaat.

Wat lastig is aan Nederland, is dat ons land te dichtbevolkt is en ook nog eens erg betuttelend. Iedere vijf meter staat een verkeersbord en iedere vijf minuten wordt ons een regel opgelegd. In zo’n dichtbevolkt landje zijn die regels misschien ook nodig. Anders wordt het chaos, zoals in India of andere landen in het verre Oosten.

Prima, maar dan moeten we ons ook netjes aan die regels houden. Als de een het wel doet en de ander niet, dan wordt het enkel frustrerend, gaan we ons aan elkaar ergeren en is het ‘rekening houden met een ander’, waar ik me altijd zo voor inzet, ver te zoeken. Kijk maar waar al die files vandaan komen: teveel auto's en bestuurders die elkaar het daglicht niet gunnen, laat staan netjes 'ritsen' waar het gevraagd wordt. En een haast dat we allemaal hebben! Door die haast, het ongeduld en het onbegrip staat de boel iedere dag vast.

Laatst reed ik door België, net zoals meerderen van ons denk ik, en merkte ik ineens dat de Belgische weggebruikers heel erg vrij worden gelaten. Flitspalen ben ik er nog nooit tegengekomen, behalve waarschuwingen voor radarcontroles in de grote stad. Ook mag je er gewoon 90 en 70 km/uur rijden op wegen waar opritten en afritten vandaan komen. Op een vierbaansweg mocht je zelfs 120, terwijl er bedrijven en woningen aan grensten!

In dit land word je dus geacht met gezond verstand de weg te gebruiken. Als je in België anticiperend rijdt en goed oplet, is er niets aan de knikker: niks betuttelends en nauwelijks regels. Dat zorgt volgens mij voor een volk wat makkelijker ‘anders’ en voor zichzelf kan denken, in plaats van schaapachtig de rest te volgen.

Het nadeel is dan wel, dat je Belgische bestuurders tegenkomt die of te hard of te langzaam gaan, of helemaal niet kunnen rijden. Je moet in dat land dan ook anticiperend rijden en goed opletten. Maar daar is in het algemeen niets mis mee: wakker blijven op de weg en focus op het autorijden, is overal van toepassing.

In Frankrijk zijn wel flitspalen, vooral in en om de steden. Maar daar krijg je ze heel beleefd aangekondigd, zodat je tijdig je snelheid kan minderen. Als Nederlander denk ik dan: wat heeft dat voor zin? Zo krijgt de staat nooit geld voor verkeersovertredingen binnen, als die iedere flitspaal aankondigt.

Klopt, maar het gaat er niet om dat de staat geld vangt, maar dat de verkeerssituatie op die specifieke punten veilig is en blijft. Men mindert netjes vaart na een waarschuwing, op die plekken die als gevaarlijk bekend staan, en zo blijven die plekken veilig. Daar gaat het om.

Het nadeel van Frankrijk: dat je op het Franse platteland altijd zo’n Fransman achter je hebt zitten die jou te langzaam vindt gaan. Al rijd je keurig 80 zoals het op de provinciale wegen hoort.

Ik heb van inwonenden gehoord, dat de Fransen het niet zo op hebben met buitenlanders. Logisch, want half Nederland, Duitsland en België zit daar iedere zomer met hun sleurhutten en kampeerwagens de boel op te houden voor de lokale bevolking.

Om die reden plakken ze achter je auto. De oplossing is een auto met Frans kenteken te nemen. Dan houdt dat vanzelf op, hebben de kenners mij verteld.

In Duitsland kan het gevaarlijk zijn op de snelweg. Als je wilt inhalen, moet je echt twee keer kijken voordat je ’t probeert, omdat er van die enorm snelle auto’s aankomen, die naast je zitten voordat je er – met onze Nederlands 120 of 130 km/uur-ervaring – goed en wel erg in hebt. Daar moet je dus anders anticiperend rijden en nog verder vooruit kijken.

En toch zijn die mensen wel beleefd in het wegverkeer. Net zo beleefd als bij de dorpsbakker, als je daar ’s ochtends je Kaiserbrötchen haalt voor je vakantie ontbijtje.

Ach, vakantie. Was het dat maar weer...